Home » Media » ''Keek op de week'' » ''Keek op de week'' (25)

''Keek op de week'' (25)

Begin 2021 moet er een centrumplan en uitvoeringsagenda liggen voor Wolvega.

 

Er is een compacter winkelcentrum nodig met een aantrekkelijker openbare ruimte en betere bewegwijzering. De gemeente wil al enkele acties ondernemen en werkt al aan een website voor het centrum. De gemeente draagt financieel bij aan de realisatie ervan. De inhoud en het onderhoud moet komen van de (samenwerking tussen) de ondernemers.

Er wordt gekeken naar de rol van de horeca, en uitgaans- accommodaties en wonen voor doelgroepen. In het centrum zijn inmiddels alle winkels weer open. De gemeente vindt dat door de crisis, de noodzaak en het hebben van een goede visie voor de toekomst, nog belangrijker is geworden.

Want we hebben nog steeds te maken met de coronacrisis. Er is al actuele informatie over het centrum, dat onderzoek is al voor de coronacrisis uitgevoerd.

Maar wat precies de gevolgen van de coronacrisis zijn voor Wolvega-centrum en de ondernemers is volgens de gemeente niet bekend.

De inwoners van Wolvega en ook: wij ‘Krachtig Sociaal Groen’ kunnen er genoeg over zeggen, maar het is zaak om af te wachten hoe alles zich ontwikkelt.

 

De Toekomst, de nieuwe straat in Steggerda is eindelijk afgerond.

Omdat de verantwoordelijke: JMT Projecten BV het project ondanks de vastgelegde afspraken niet had afgerond, nam de gemeente de verantwoordelijkheid op zich.

De bewoners hadden bij de gemeente aan de bel getrokken en hadden al een poos geleden tijdens het inloopspreekuur ingesproken bij de raad over de plassen water op het onverharde pad. De gemeente nam de kosten op zich. Er is nu een aansluiting gemaakt van de straat De Toekomst op de Vaartweg. Bij de Pepergaweg is er een voetpad en er zijn parkeerplekken gerealiseerd. In de laatste maanden van het jaar wordt er nog beplanting

Zo kan het dus ook, beter laat dan helemaal niet.

 

De andere kant.

 In de vorige Keek op de Week heb ik geschreven over de demonstraties en wat daaruit voortkomt. Daarom plaats ik nu ook een ingezonden bericht, om te laten zien dat er ook een andere kant is.

Dit is geschiedenis. Wat er nu speelt is allemaal in het verleden gebeurt.

 

Ingezonden bericht.

Mijn oma en moeder zijn in Suriname geboren en een dna-test wijst uit dat mijn voorouders uit Nigeria, Ghana en Ivoorkust zijn gehaald. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid verkocht door een zwart stamhoofd aan de handelaren.

Zelf ben ik blank, maar dat mag ik niet meer zeggen. Zelf ben ik wit, maar wel opgegroeid met de warme Surinaamse cultuur, waar ik erg trots op ben. Nooit heb ik Zwarte Piet geassocieerd met slaven of zwarte mensen.

Deze ‘protesteerders c.q. demonstranten’ die de witte mensen nu in een verdoemhoekje proberen te drukken, hebben nog nooit een slaaf gekend en hun ouders ook niet. Ik geloof nooit dat Afrikaanse landen ooit excuses gaan maken voor het verkopen van landgenoten aan slavenhandelaren. Dus waarom Nederland dan wel?

Het lijden van mijn voorouders als slaaf, heeft er wel voor gezorgd dat ik hier in dit geweldige land geboren ben. In plaats van te klagen en de geschiedenis proberen weg te stoppen, kun je ook blij zijn dat je in een democratisch en vrij land leeft, waar geen slavernij is, waar je kansen en mogelijkheden krijgt om iets van je leven te maken.

Naam en adres zijn bij ons bekend.

 

Mensen die belangrijk zijn geweest voor een land, wetenschap, kunst of hoe dan ook wat hebben betekend voor ons land, zijn waardevol als historische ijkpunten en als inspiratiebron. Er zijn ook standbeelden van mensen die een morele heldendaad ter bevordering van de menselijkheid hebben verricht, veel mensen die hebben gestreden voor rechtvaardigheid en gelijke rechten. Veel beelden werden opgericht in de tweede helft van de negentiende eeuw toen er behoefte was aan een ‘heldenfiguur’ als gemeenschappelijk symbool om het volk te verenigen. Dat was in die tijd heel normaal.

Bij standbeelden van bv. Zeehelden: als deze mensen niet hadden bestaan, was er nooit een Nederland ontstaan. De geschiedenis kan men niet uitwissen en we kunnen het niet overdoen. Als men alle standbeelden wil verwijderen, verwijdert men ook een stuk geschiedenis.

Nederland is niet te vergelijken met Amerika, ons verleden is totaal anders.

Men moet niet vergeten dat wij het in Nederland heel goed hebben, natuurlijk is het niet perfect en dat zal het nooit worden. Wij hebben veel gereisd voor al mijn onderzoeken, hebben veel landen bezocht, hebben ook gezien en ondervonden hoe de mensen in andere landen met elkaar samenleven. Maar steeds als ik terugkwam in Nederland beseften wij dat wij in een land wonen, waar het heel goed is, dat vind je nergens anders op de hele wereld. Wat ik mis is de openlijke waardering voor de Nederlandse cultuur.

We hebben in ons land nooit een gebouw gehad waarop stond “Alleen voor blanken”

Voor ons is dat racisme. Mijn wederhelft heeft in Zuid-Afrika gewoond, dat was in de tijd dat de apartheid daar was. Wij hebben al twee keer een langere periode Zuid-Afrika bezocht en hebben daar ook de veranderingen gezien, dus daardoor weten wij als geen ander wat racisme betekend.

Het debat wordt nu bepaald door een aantal uitgesproken groepen. Veel gematigde mensen houden zich stil omdat ze bang zijn voor kritiek. De media hebben hier ook een rol in. De politiek erkent de gevoelens van de demonstranten, maar er is een politieke partij waarvan de fractievoorzitter in de afgelopen week de regering voorhield, dat wij excuses moeten aanbieden.  Wat ons betreft: Het lijkt erop dat zij hun eigen verleden niet kennen. Het zou goed zijn voor die partij om zich beter te verdiepen in de geschiedenis en een aantal historische boeken te lezen. Het is gemakkelijk om iets te zeggen, er zijn overal twee kanten aan, die zou je beter moeten belichten.  Veel boeken kun je vinden in de Koninklijke Bibliotheek.

In de tijd van nu komt slavernij (moderne slavernij) nog steeds voor.

Als wij allen dan toch iets willen doen, laten we dan maar eens mee beginnen om daar verandering in te brengen.

De geschiedenis kunnen wij niet veranderen, wel de manier waarop we met die geschiedenis om willen gaan.

 

Media

Een groep van negentien ‘medische en maatschappelijke experts’ steunt een onafhankelijk onderzoek naar de aanpak van de coronacrisis.

Deze week stemde de Tweede Kamer over een snel en onafhankelijk onderzoek.

 

Het is goed dat dat onderzoek er komt. Het zou zich vooral moeten richten op de verpleeghuizen. Dat zijn de plekken waar de oudste en meest kwetsbare groepen Nederlanders geheel aan de zorg van anderen zijn overgeleverd, en daarmee geheel aan het beleid van de overheid.  We weten dat in de verzorgingshuizen honderden mensen zijn overleden aan het coronavirus. De maximale incubatietijd van het virus wordt geschat op twee weken, dus als je wordt geïnfecteerd duurt het hooguit twee weken totdat je eventueel de ziekte krijgt. Omgekeerd betekent het dat de mensen die meer dan twee weken na de lockdown ziek zijn geworden, waarschijnlijk zijn aangestoken door de enige mensen die ze nog zagen: het verzorgend personeel.

 

De interactie tussen verzorgenden en bewoners is intensief. Afhankelijk wat de bewoner zelf kan, verricht men veel handelingen en gebeurt dit op minder dan anderhalve meter afstand. Die bewoners hebben meerder contacten, misschien wel vijf of tien, want de verzorgenden werken in diensten. Die verzorgenden komen buiten, gaan naar huis waar ze contacten hebben met hun kinderen en familie. Hoe het ook zij, we weten dat de bewoners compleet geïsoleerd zitten van de buitenwereld, dus de enige bron van infectie zijn die verzorgers. Op gezag van de directeur van het RIVM, die de mondkapjes niet nodig en niet werkzaam vond, zijn de bewoners die geen kant op kunnen en volledig aan anderen overgeleverd, maandenlang behandeld binnenshuis, op nabije afstand, door wisselende contacten, zonder dat zij beschermd werden tegen het virus. Zelfs het simpelste mondkapje zat er niet tussen als een verzorgende een hardhorende mevrouw van nabij in het gezicht aansprak.

De verzorgenden handelden conform het advies van het RIVM. Als er iemand ziek werd, mocht de naaste familie er niet bij. Als de vrouw of de man gevraagd wordt een mondkapje te dragen is de kans dat zij of hij de persoon besmet veel kleiner dan de kans dat hij/zij wordt besmet door een personeelslid. En toch zijn er honderden mensen in eenzaamheid overleden.    Waarom is dit gebeurt?

 

Het afwijzende advies van het RIVM over het nut van mondkapjes heeft in het beleid een doorslaggevende rol gespeeld.

Heeft het advies inderdaad geleid tot infecties die vermeden hadden kunnen worden?

Hadden die mensen anders nog geleefd? Hoe deden de buren dat in Duitsland, waar minder slachtoffers zijn gevallen?

Is de situatie inmiddels op orde, en worden bij een mogelijke volgende golf de bewoners beter beschermd?

 

Dat moet nu worden vastgesteld.