Home » Media » ''Keek op de week'' » "Keek op de week" (24)

"Keek op de week" (24)

De Demonstraties


Ik zou erop terugkomen, de demonstraties. Wij in Nederland zijn er inmiddels aan gewend. Wij nemen de problemen van andere landen bv.
Amerika over en integreren deze in onze maatschappij. De protesten in Nederland tegen politiegeweld en racisme kun je beschouwen als solidariteit met de protesterende Amerikanen. Geen gezonde democratie wil geweld en racisme. Een deel van de bevolking vindt dat het probleem van het racisme zo groot is dat wij, onze media en alle praatprogramma’s het beeld van racisme van Amerika volledig overnemen. Een grote groep vindt dat het een vaststaand feit is. Maar is dat wel zo? Men uit zich over eigen leed en ervaren discriminatie. Tegelijkertijd worden de zorgen van een ander vaak als niet bestaand beschouwd. De hoofdzaak van een gezonde democratie is dat je het gesprek blijft voeren met elkaar; eigenlijk iedereen erbij betrekt die direct of indirect bij het onderwerp is betrokken. Je ziet nu dat het bij verschillende politieke partijen draait om identiteitspolitiek. Eigenlijk bevestigen zij het beeld van het verlies van zelfbeheersing en de afgelopen week bevestigt dit. Ook zij trekken, met ‘racisme’ als wapen in de hand, ten strijde tegen de veronderstelde tegenstander, die bij voorbaat machteloos staat. Hij/zij mag vanwege schuld uit het verleden én heden immers niet spreken.
Mensen zijn bezig zich te ontdoen van de geschiedenis. Maar het is toch zo dat het verleden heeft bestaan om van te leren? Om niet langer het kwade, maar het goede te doen. Als wij het verleden uitwissen, dan zal het steeds lastiger worden om dat onderscheid te maken. Veel jongeren zien de samenleving als onrechtvaardig en racistisch. Zij zien aan de ene kant de onderdrukkers en aan de andere kant de onderdrukten. Die tegenstelling zonder nuanceringen oefent grote aantrekkingskracht uit. Mensen die aangevallen worden trekken daarbij het boetekleed aan en dit gaat soms heel ver.


Zolang deze strijd wordt gevoerd zonder het grootste deel van de bevolking daar actief bij te betrekken, zal het veroorzaken van een conflict of het versterken van tegenstellingen tussen groepen leiden tot ongewenste gevolgen voor beide groepen.
Een Afrikaans gezegde luidt: Wijzen bouwen bruggen en dwazen bouwen muren.’ Misschien ligt daar een oplossing. Men hoeft geen dikke vrienden te worden, maar er zal meer begrip voor elkaar moeten komen.

 

Wat is er aan de hand met de mensen.
In opdracht van een wethouder van de gemeente Amsterdam is een onderzoek door UvA- studenten gestart naar de historische figuren die een straat, plein of brug naar zich vernoemt hebben gekregen. Voor de bühne zei de man nog even dat het college natuurlijk niet oordeelt over goede en foute straatnamen, maar hij weet wel beter. In tijden dat er in Europa standbeelden worden neergehaald, zijn omstreden straatnamen meer dan ooit een politieke kwestie. Een mogelijkheid om likes te scoren bij de achterban. Direct heeft een uitbater van het West Indisch Huis, hét voormalige hoofdkwartier van de West Indische Compagnie besloten om een onderzoek van UvA-studenten niet af te wachten en hij heeft bij de gemeente een verzoek ingediend om het beeld van Peter Styuvesant van zijn terras te laten verwijderen. De reden: Peter Stuyvesant heeft in de 17e eeuw op Curaçao slaven verhandeld. Daar is natuurlijk geen speld tussen te krijgen. Maar men vergeet dat het halve West-Indisch Huis is betaald met misdaden tegen de menselijkheid. Dat er wel of geen beeld van Peter Stuyvesant op de binnenplaats staat, verandert daar niks aan. Ik kan nog wel even doorgaan, maar ik geloof niet dat het weghalen van beelden of het beoordelen van straatnamen iets af kan doen aan pijnlijke zaken uit ons verleden. Van Peter Stuyvesant zijn in ons land beelden te vinden in Wolvega, ik noemde al het West Indisch Handelshuis in Amsterdam en verder wordt hij in onze gemeente in de dorpen Peperga en Scherpenzeel met monumenten herinnerd. En laten we ook niet vergeten dat ook een Kuiertocht naar hem is vernoemd. Veel inwoners van de gemeente Weststellingwerf zijn trots op hem. Er zijn bovendien voorbeelden van ook een andere kant van deze materie. In Amsterdam zijn er ook straatnamen van donkergekleurde mensen. Ik noem er één; De Elisabeth Samsomstraat. Dit was een zakenvrouw die in de 18e eeuw leefde als ‘vrije zwarte’. Zij was succesvol, bezat meerdere plantages en vergaarde een fortuin. Zij trouwde met een blanke man. Als je kijkt naar de bijdrage die Samsom heeft geleverd aan de emancipatie van zwarte Surinamers is het dus geheel terecht dat er een straat in Zuidoost naar haar genoemd is. Maar er zit ook een andere kant aan Samsom. Als plantagehouder bezat ze zelf ook een groot aantal slaven, die ze liet geselen als zij daar aanleiding toe zag. En zo zijn er nog veel meer voorbeelden.
In ons land worstelen we al jaren met het verleden. Er zijn historici die vinden dat mensen moeten ophouden om de daden uit het verleden te beoordelen langs de maatstaf van de normen en waarden van vandaag. Er is een gebrek aan historisch besef. Men richt zich op een soort zuiveringsoffensief, waarbij alle cultuur, kunst en geschiedenis ontdaan moet worden van alles wat de mensen als racisme willen zien. Het heeft niets meer te maken met bewustwording van historisch besef, bezinning
onderzoek, en een moraal die de tijd ontstijgt. Het leidt tot vernielzucht: weg met die standbeelden, boeken, kunst, films, muziek en de oude televisieprogramma’s. Ik pleit er in tegendeel voor dat we dialoog met elkaar aangaan. Daarbij zou ook passen dat er bij omstreden monumenten bijvoorbeeld een plaquette wordt aangebracht dat de twee kanten van een verhaal belicht.

Het zou heel erg zijn als wij ook in onze gemeente te maken zouden krijgen met het uitwissen van een stuk geschiedenis dat hier zijn oorsprong vond. We zien in de laatste paar weken veel veranderen in de wereld, maar de geschiedenis kunnen we niet veranderen. Wel de manier waarop we met die geschiedenis om willen gaan.

 

De anderhalve meter in de gemeente.
De anderhalve meter maatschappij druist in tegen onze menselijke aard. Het is moeilijk, zo niet onmogelijk om die afstand altijd te bewaren. Veel ondernemers kunnen hun werk niet doen als ze niet te dichterbij elkaar mogen komen. Het is een hele toer om een bezoek aan de Supermarkt te brengen, we moeten constant opletten dat we de anderhalve meter in acht nemen. Ook als je op de fiets zit en de mensen om je heen ziet slalommen, zie je hoe moeilijk het is om je aan die ruimte te houden.
Het bezoek aan de kapper geeft aan waar we allemaal aan moeten voldoen. Buiten mijn man is er niemand sinds de coronacrisis zo dichtbij geweest. In een winkel stond er een plastic schot tussen mij en de kassa. Wat mij opviel is dat deze anderhalve meter maatschappij vaak tot het recht van de brutaalste en sterkste leidt.
Het is toch vreemd, dat de kapster dichterbij kan komen dan mijn familie. En dat ik in een vliegtuig naast een willekeurige vreemde mag gaan zitten, maar niet in een auto met mijn naasten naar een familie op bezoek mag gaan.
De versoepeling was voor velen een soort bevrijding. Er zijn genoeg mensen die weinig hebben meegekregen van het coronavirus. Niemand van hun familie is ernstig ziek geworden of overleden, of ze hadden geen vader of moeder in het verpleeghuis, ze hebben hun baan niet zijn verloren en ook geen verdere problemen gehad. Omdat het virus nu minder slachtoffers maakt, worden mensen wat gemakkelijker.
Maar er moet niet vergeten worden dat er mensen zijn die wél hard geraakt zijn. Financiële problemen die voor sommigen het faillissement betekenden. En het allerergste is het leed van degenen die geheel onverwacht hun dierbaren zijn verloren. Ook hebben de feiten van de afgelopen weken laten zien dat het vooral ouderen waren die een besmetting niet overleefden. Het waren niet alleen de hoogbejaarden in verpleeghuizen maar ook veel actieve vijftigers en zestigers die tot de slachtoffers behoorden. De versoepeling heeft ingezet, en er zullen er meer komen zodat we straks, naar we hopen, weer terug kunnen keren naar een beetje gewoon leven. Maar men moet niet denken dat na de versoepelingen men weer gewoon aan het ‘normale’ leven kan deelnemen, want wij allen lopen nog steeds extra risico. De deskundigen wereldwijd houden terdege rekening met het opleven van het virus. Laten we ons blijvend houden aan afstand houden en zelfbeheersing oefenen, hoe onnatuurlijk dat ook is.

 

Politiek en de wij of ik maatschappij.
De coronacrisis heeft ons een soort solidariteit, saamhorigheid gebracht, (dachten we). Mensen kwamen op voor anderen en lieten zeker in de eerste maanden van de crisis zien dat ze in staat waren om mensen met elkaar te verbinden. Veel mensen doen veel voor elkaar, ook de jongere generatie. Prachtig om dit allemaal te zien. Daar is in de politiek helaas weinig van te merken, men is net zoals voor de coronacrisis bezig met elkaar vliegen af te vangen en als er plannen, ideeën zijn die een partij oppert, nu dat moet je zeker niet naar buiten brengen want, ze worden heel snel als eigen ideeën ingebracht, ook al weet men dat je er al jaren onderzoek naar hebt verricht.
Nu men gaat wennen aan het leven met de coronacrisis en de verkiezingen dichterbij komen, zie je een verharding optreden. Men doet er alles aan om te scoren en houdt totaal geen rekening met anderen en dat is merkbaar. Ook is het makkelijk om een ander er de schuld van te geven, dat er weer iets niet goed gaat, maar er wordt vergeten dat wij daar allemaal ook ons aandeel in hadden. Soms ontdek je dat er spelletjes worden gespeeld. Het is tijd dat mensen eens een spiegel wordt voorgehouden, misschien ontdekken ze dan dat wat ze doen echt niet kan, het lijkt erop dat hun dat niet interesseert. Ook worden mensen onthouden van de informatie die nodig is om het werk goed te doen en nog veel meer.
Wij zijn gekozen door de inwoners van Weststellingwerf, dat is waar we het voor moeten doen, wij zijn volksvertegenwoordigers en daarom moeten we alles doen wat er in ons vermogen ligt om het voor de mensen van Weststellingwerf beter te maken. En dat is voor sommige mensen blijkbaar niet het doel wat ze nastreven, wat ik jammer vind. Waarvoor zit je in de raad? Zoals ik iemand vaak hoor roepen: “Een gemiste kans’. Ik hoop dat we niet weer in dezelfde ik -maatschappij belanden en deze mensen gewoon weer verder gaan met hun manier van werken zoals zij dat altijd al hebben gedaan. We houden hoop!