''Keek op de week'' (49)

Met één mond spreken.

Als het gaat om het naleven van regels, is het noodzakelijk dat overheden met één mond spreken. Mensen hebben al genoeg moeite om onderscheid te maken tussen de gemeente, de provincie of het Rijk.

 

Het is heel jammer dat in deze coronatijd, waarin al het uiterste van burgers wordt gevraagd als het om verantwoordelijk gedrag gaat, dit met één mond spreken zelfs vanuit de centrale overheid niet altijd gebeurt.

Na maanden van discussie is sinds 1 december de mondkapjes plicht van kracht. Maar op de dag dat deze maatregel van kracht werd, meldde de overheidsdienst RIVM op de website: ”Waarschijnlijk helpen niet- medische mondkapjes maar beperkt bij het voorkomen van besmetting van anderen. Als iedereen zich aan de basisregels houdt, is het niet nodig om een mondkapje te dragen’.

Wat moeten de mensen nu?  De overheid stelt het dragen van een mondkapje verplicht, maar diezelfde overheid stelt vast dat het eigenlijk onzin is. De minister van Justitie en Veiligheid zegt over het naleven van de mondkapjesplicht dat er niet direct beboet zal worden. Hij geeft aan: “Net als met de andere coronaregels worden mensen er eerst op aangesproken  omdat mensen hieraan moeten wennen’.

Dit is toch raar.  Wat wij willen is duidelijkheid en handhaving van regels en wetten. Juist dat draagt bij aan de geloofwaardigheid voor dat deel van de samenleving dat een verbod serieus neemt en naleeft!

Ik heb u in week 47 beloofd dat ik een foto zou maken als de reeën ons weer met een bezoekje zouden vereren.

Welnu, deze week was het weer zover. Nadat ik weer de appels had gesorteerd op rotte en op appels met  rotte plekjes en ze in de bak had gedaan, heeft mijn man de bak iets dichterbij geplaatst.

Ik keek uit het raam en zag dat zij weer met z’n drieën waren.

Gelukkig kon ik nog een foto maken van één van hen en ik besef dat het de dieren niet uitmaakt dat zij weer hebben gesmuld, van ook de rotte appels.

Interview bij Radio Centraal.

Vorige week was Krachtig Sociaal Groen - Lijst Marlene Postma in de uitzending bij Radio Centraal.

Men wilde ons graag in de uitzending, omdat wij al langer dan een jaar met onze partij voor de mensen van Weststellingwerf wat betekenen.

Het blijkt dat nog niet aan iedereen bekend is dat wij een partij zijn, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, een volledig bestuur hebben, een steunfractie, leden en sympathisanten en vrijwilligers.

Vanuit deze organisatie kunnen wij onze standpunten uitdragen en dat doen we ook. Zo hebben wij het druk met de vele telefoontjes en de bezoekjes die wij krijgen van en brengen aan mensen die hulp behoeven. Wij zijn ook een luisterend oor voor diegenen die zich in een achtergestelde situatie bevinden of die zich eenzaam voelen. Zo kunnen wij mensen ook verwijzen naar anderen die deze mensen kunnen helpen. Maar ook stellen wij vragen in de raad over de signalen die wij krijgen van inwoners van Weststellingwerf. Wij hebben dit interview inspirerend gevonden.

 

Er is ons gevraagd door de Universiteit van Leiden om mee te doen aan een onderzoek over het werken in de gemeenteraad.

De onderzoekers doen dit in samenwerking met de VNG (De vereniging Nederlandse Gemeenten. Wat betekent het om volksvertegenwoordiger te zijn? Wij zijn ons er terdege van bewust dat wij er in de raad voor alle inwoners van onze gemeente zitten.

Wij zien dat onze griffie veel doet en dat de transitie van fysiek naar digitaal vergaderen heel snel is gegaan. De gemeenteraad van Weststellingwerf is sinds de uitbraak van de coronapandemie alleen maar online aan het vergaderen geweest. Wat wij jammer vinden is, dat de oppositiepartijen tijdens de vergaderingen minder aan bod komen. Wij kunnen niet uitgebreid op iets ingaan. Daardoor komt het wel eens voor dat wij de volgende dag verder moeten vergaderen. We missen toch wel wat. We kunnen vergaderen, het werkt, maar ideaal is het niet. Wij willen de politiek dichter bij de inwoners brengen. Hun mening vragen en inwoners betrekken bij plannen als deze grote gevolgen voor hen kunnen hebben. Wij vinden de betrokkenheid en het participeren van inwoners zeer belangrijk. Er is altijd een grote groep mensen die om één of andere reden niet kan bijdragen/participeren. Deze mensen willen wij ook vertegenwoordigen.

Wij stellen onszelf steeds de vraag of alle inwoners wel bij een zaak betrokken worden, of dat er mensen buiten de boot dreigen te vallen.
Binnenkort komt er een rapport uit.

 

De verwachte resultaten van de decentralisatie in het sociaal domein  blijven vijf jaar na de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) , de Jeugdwet en de Participatiewet, achter.

Volgens het Sociaal Cultureel Planbureau is de deelname van mensen met een beperking aan de samenleving niet toegenomen, blijven er knelpunten in de jeugdzorg en zijn kansen op werk voor mensen met een arbeidsbeperking nauwelijks verbeterd. De gewenste koers is een product van Haagse ambtenaren die fraaie structuren bedenken die perfect werken in hun wereldje van papier. Eenmaal in de dagelijkse praktijk, de weerbarstige leefwereld, is die structuur een blok aan het been. Dan blijkt de burger minder zelfredzaam en de samenleving minder zorgzaam dan bedacht was achter de bureaus in de ambtelijke wereld. Het is ook naïef en getuigt van zelfoverschatting om te denken dat mensen meer naar elkaar zullen omkijken ‘omdat Den Haag dat wil’.

De verwachtingen van het beleid waren te hoog gespannen.  De gemeenten behalen nog altijd geen betere resultaten dan het Rijk. Eerst rekende het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) al af met de Participatiewet en vervolgens was het kritisch over de uitvoering van de WMO. Dat de Jeugdwet niet werkt is, niets nieuws, het kabinet kwam vorig jaar al met plannen om het stelsel van de jeugdzorg op de schop te gooien. Volgens het SCP gaat er ook wel wat goed. In het sociaal domein worden mensen ook wel geholpen door hun gemeente. Maar tegelijkertijd gaat er dus ook veel niet goed. Lichte hulpvragen krijgen voorrang omdat deze goedkoper zijn op te lossen. De hulp aan specifieke, kwetsbare mensen lukt niet goed. Jongeren kunnen niet direct terecht met hun problemen en de hulpverlening aan mensen met meerdere problemen werkt niet door de ingewikkelde wetgeving. En er is onvoldoende zicht op mensen die wel problemen hebben, maar niet aankloppen bij de gemeente of de hulpverlenende instanties. De gemeenten hebben sociale gebiedsteams opgezet, maar die komen er niet altijd aan toe om problemen bij mensen actief op te sporen. De zorg kan het best worden uitgevoerd dicht bij de mensen om wie het gaat. Er moet maatwerk worden geleverd. Maar neem dat als lokale overheid dan ook serieus: door te investeren in plaats van te bezuinigen. Geef de mensen vertrouwen! Er is wel haast bij, want door de coronacrisis zal de zorgvraag alleen maar toenemen.